101 km en 7 (voor ons 8) toppen in 4 dagen
Deze route hebben we in twee delen gelopen. Het eerste deel staat beschreven in deze blog. Hieronder volgt het relaas van het tweede weekend. Er was droog, maar koud weer voorspeld. Vijf toppen liepen we al tijdens het eerste weekend. Nog 3 te gaan.

Dag 3: Gulpen – Noorbeek (25,6 km)

Op de vrijdag stapten we vroeg de auto in en vertrokken uit Dordrecht. Tegen half 9 kwamen we aan bij de parking bij het busstation van Gulpen. Het eindpunt van vandaag zou Noorbeek zijn en niet Mheer, omdat we in Mheer geen overnachtingsmogelijkheid vonden.

Onze wandeling begon met het klimmetje naar het Mariabeeld, de laatste top van het eerste weekend. Van daar pakten we de trail weer op. Het zonnetje leunde tegen de horizon aan, maar was nog niet op. Het was koud. Het (nep)donzen jasje, handschoenen en muts/buff droegen we tot we warm waren. Een kudde schapen begroette ons met veel geblaat en op zijn DMT’s moesten we een pad in waarvan we dachten: Is dit de route? 🙂 Dat pad leidde ons naar de rand van het Schweiberger Bosch. Gelukkig was de ondergrond nog bevroren en hadden we daardoor geen last van modder. Boven aangekomen besloot het zonnetje boven de horizon te komen. Het glooiende landschap en wij werden overgoten met zon. Goedemorgen zeg, is dat een goede morgen!
Mediterraan
De Eyser Heuvelrug verraste ons met haar mediterrane aanblik: een kronkelige weg in de verte en hoge populieren aan de horizon. We lieten die echter achter ons en liepen richting Epen / Onderste Bos. We passeerden de voormalige grindgroeve Bissen op weg naar de Mieënberg. Wat een prachtig landschap! Open velden, steile paden, bossen, glooiende heuvels, oude boerderijen, Jezus- en Mariabeelden, herfstbladeren en … heel veel spekgladde modderpaden. Op een bankje aan de rand van het Onderste Bos pauzeerden we. We namen de tijd voor een snack en iets te drinken op een bankje. Het bankje staat iets van het pad en een passerende hond (met eigenaar) schrok zich een hoedje. Die had geen mensen verwacht. Even daarna vonden we onze zesde top: de Hakkenberg (252m).
We liepen de grens met België over bij het verlaten van het Onderste Bos. Vanaf de grenspaal, die omringd wordt door nieuwe bomenaanplant, werd het bijzonder modderig. Hoewel op de borden stond aangegeven dat de wandelpaden ‘wandel’paden zijn, kwamen ons toch een aantal mountainbikers tegemoet. Voor iedereen in de wereld moet ruimte zijn en ja, we moeten elkaar ook de ruimte gunnen, maar de dikke banden van mountainbikes kunnen toch aardig wat schade aanrichten aan wandelpaden. Zeker nu de kou langzaam maar zeker verdreven werd door de zon en de grond steeds zachter werd.

We liepen tegen het middaguur bosreservaat de Teuvenderberg in. Dit is onderdeel van het Bovenste Bos. De route komt in de buurt van de Abdij van Sinnich, maar net niet dicht genoeg bij. Het lukte ons een glimp van het dak op te vangen, maar niet meer dan dat. Bij het redelijk snel stromende watertje ‘I Gen Treut’, wat niet meer wil zeggen dan ‘De Treut’, aten we onze boterhammetjes op. Dat de modder echt glibberig is, zagen we toen een zeldzame passerende wandelaar, met ons als toeschouwers, flink uitgleed. Een gewaarschuwd mens….We liepen ontelbare keren over de grens tussen België en Nederland. We wisten niet altijd in welk land we waren. Maar het weer was nog steeds ontzettend mooi. De jasjes gingen uit en ook de handschoenen werden opgeborgen.
Bie Katrien
In Sint-Martens-Voeren vonden we de eerste mogelijkheid om iets te nuttigen direct aan de route van de DMT: Bie Katrien. Een lekkere cappuccino met een stuk Limburgse vlaai. De Covid-regels lieten binnenzitten niet toe, maar het terras was leeg en er was terrasverwarming. Helemaal goed. En het was ook fijn om even een plas-mogelijkheid te hebben, de handen te wassen en de telefoon op te laden. Het was inmiddels 16 uur. We konden niet te lang blijven als we nog met daglicht in Noorbeek wilden aankomen.
We liepen naar het Noorden richting Noorbeek via Altenbroek. Boven op de heuvel is onze zevende top (209m): Kattenroth. Als we ons omdraaiden keken we over mooi Sint-Martens-Voeren. Vergeet je daar achterom te kijken, dan mis je het iconische spoorviaduct. Deze bergtop heeft wat weg van een dijk. Links ligt Sint-Martens-Voeren en rechts is door de bomen net Noorbeek in de verte te zien. Via de Schophemerheide liepen we Noorbeek in. Tegen 17u kwamen we aan bij ons hotel. Daar vernamen we dat de Zuid-Limburgse burgemeesters hadden besloten om de dag erna, de zaterdag, heel burgerlijk ongehoorzaam een horecaopening toe te staan. Boften wij even! Dat betekende dat we ons ontbijt in de ontbijtzaal van het hotel konden gebruiken in plaats van op de kamer. Het diner kwam nog wel op de kamer. Het hotel was overigens prima, maar ietwat gedateerd. De tegeltjes in de badkamer herkenden we uit onze jeugd.
Dag 4: Noorbeek – Maastricht (30,4 km)

We sliepen matig op een matras met een kuil. Het ontbijtbuffet was prima en we kregen een berg eten mee -als voor een weeshuis- in de vorm van een lunchpakketje. We konden weer op pad. De laatste dag was aangebroken.

We zouden die dag naar naar Maastricht lopen. Het was flink mistig toen we net na 8 uur vertrokken. We moesten eerst een klein stukje terug om onze route te hervatten. We liepen verder over landgoed Altenbroek waar een boer zijn paarden van de ene wei naar de andere verplaatste. Kasteel Altenbroek was door de mist niet te zien. Ik werd gebeld door het hotel in Maastricht. Of we voor 16u dachten aan te komen? Omdat we het niet wisten kregen we de code van het nachtslot. Beter, dan hoefden we ook niet te haasten. We volgden een stuk van de Vuursteenroute.
Pont uit de vaart
We wisten dat de veerpont bij Eijsden uit de vaart was, zoals vaak en zeker in de wintermaanden. We besloten daarom om via Mesch en Moelingen naar de stuw bij Lixhe te lopen. Vlak voor Mesch liepen we door graanvelden waar langs het pad grote gaten in de grond te zien waren, daar woonde iets. Een dode muis (of hazelmuis?) leek ons te vertellen dat het vooral muizen zijn, maar waren die holen niet te groot voor muizen? We liepen door.

In Mesch mochten we semi-illegaal binnen in de bar koffie met vlaai eten. En we waren niet de enigen. De jonge eigenaar van Bar ’t Piepke was maar wat blij met de klanten. Het water stond hem aan de lippen en de komende periode zou doorslaggevend zijn of hij de bar draaiend kan houden. Na Moelingen liepen we over de stuw. Het was nog steeds grijs en grauw. Het water van de Maas stroomde hard. Aan de andere kant van de stuw bleek dat we aan de verkeerde kant van de weg liepen. Er was geen mogelijkheid om op een redelijk normale manier van het talud af te komen. Dan maar op de niet normale manier: stapje voor stapje en niet uitglijden. Het lukte. Beter dan het hele stuk weer terug te lopen.
Plastic trees
Van de stuw bij Lixhe liepen we, met de Maas aan onze rechterkant, zo Maastricht in. We waren erg onder de indruk van alle plastic in de bomen aan de oevers. Wat een zooi is er achtergebleven na de overstromingen! Alsof we in een derdewereldland liepen. We hoorden iemand vertellen dat zijn kelder droog was gebleven, maar dat dat niet voor zijn buren gold.. Wat we ook zagen waren beversporen. Veel omgeknaagde bomen en takken. Dat was dan wel weer prachtig. Bevers zelf zagen we helaas niet. We liepen nog steeds langs de Maas toen een oud-studiegenote ons aanbood om ons in Maastricht op te pikken en terug naar Gulpen te brengen. Daar maakten we graag gebruik van.

Maar de laatste top restte ons nog. Nog één te gaan: d’n Observant. Op Facebook gaan de ergste verhalen rond: steile paden, diepe afgronden, gevaar! Tegen half vier klommen we de Sint-Pietersberg op. Op twee supersteile paadjes na, viel het eigelijk reuze mee. Het was het gewicht van de rugzak dat ons een heel klein beetje parten speelde. Balanceren is dan net iets anders, maar ach, eigenlijk wel te doen. Ook hier weer mountainbikers op ons wandelpad. 45 minuten na de start van de klim stonden we op de achtste en laatste top (157m). De mist verhinderde enig uitzicht, dus we daalden na een plaspauze snel af naar de ENCI-groeve. Daar aangekomen dronken we een warme choco bij Chalet d’n Observant. Het was er druk.
Wij gingen na de choco op weg naar het centrum van Maastricht, waar onze eigen trail-angel ons kwam ophalen voor koffie bij haar thuis en ze gaf ons een lift naar onze auto in Gulpen. Van Gulpen reden we in onze auto terug naar het hotel in Maastricht. De zondag was onze vrije dag en bestemd voor familiebezoek en een stadswandeling. Alsof we nog niet genoeg hadden gewandeld.
Ten Slotte
Compliment voor de makers van de route. Ze zijn op zoek gegaan naar de steilste, gladste, glibberigste en moeilijkste paden die binnen deze route denkbaar zijn. Daarmee hebben ze een prachtige route samengesteld die zeker niet voor de mensen met witte sneakers is. Wij liepen in totaal 111,8 km. En we vinden dat trainen voor grotere bergtochten hiermee ook in Nederland mogelijk gemaakt wordt. We hebben niet gekampeerd dit keer, maar ik zou de route graag in de zomer nog eens kamperend overdoen.
Alles bij elkaar: een toproute!



