Roots (langste) Natuurpad

Roots Natuurpad is het langste natuurpad van Nederland. Van Delfzijl naar Goirle. Voor de tachtigste keer hebben we onze rugzak in- en uit- en weer ingepakt en gewogen. Alles klaar? Gaan met die banaan. Lang verhaal kort: we hebben in een stuk door bijna 500 kilometer in 19 dagen en met vrij wisselvallig weer gewandeld. Wil je het lange verhaal? Zet je dan schrap. Want om 500 kilometer wandelen in 100 woorden vast te leggen is onmogelijk.

Hieronder lees je het hele verslag van ons Roots (langste) Natuurpad. Het is zoals geschreven nogal een verhaal. Je kunt van boven naar beneden scrollen, maar je kunt ook een snelle afslag nemen door in de inhoudsopgave direct naar een bepaalde etappe te gaan. Heb je vragen over deze wandelroute, onze ervaringen, onze uitrusting? Laat een reactie achter of neem contact met ons op.

Track dag 1 – naar het water

Omdat het Roots Natuurpad in Delfzijl begint, moesten wij vanuit Dordrecht eerst naar Delfzijl. Een wereldreis op zich. Mondkapjesgedoe, OV-kaarten met voldoende saldo en meer van die ongein. Vroeg op pad dus en met ontbijtje de trein in. Die niet verder ging dan Groningen Europapark, omdat we daar moesten overstappen op de vervangende bus naar Groningen Centraal. Aldaar aangekomen ging Mer eerst even lekker op d’r plaat op het Grunningse stationsmarmer. Wat mij een rolberoerte bezorgde en haar een kinderknietje. Nee hè, de tocht werd bijna afgebroken terwijl we nog niet eens begonnen waren!

De schade bleef gelukkig beperkt. Haar broek was nog heel, ze had een schaafwond op de knie en vooral een pijnlijke pols. Wij, zuster en ex-zuster, stelden vast dat er -behalve haar ego- gelukkig niets gebroken was. De reis konden worden voortgezet met het boemeltje naar Delfzijl. Eerst wilden we naar de zee om, traditiegetrouw, met onze voeten in het water te gaan. De aftrap van deze grote wandeltocht.

Natte voeten

Gelukkig hoefden we in Delfzijl niet ver te lopen naar de zee. De temperatuur buiten was niet te warm en niet te koud, eigenlijk prima wandelweer. Hoewel het in de periode vòòr onze wandeling flink regende en er voor de rest van mei erg wisselvallig weer werd voorspeld, hoopten we dat de weersgoden ons goed gezind zouden zijn.

We hadden een ietwat urbaan begin door Delfzijl, maar al snel liepen we langs het water van het Damsterdiep. Daar kregen we ter hoogte van het Tuikwerderrak een goed zicht op het prachtige Vliethoven. Pas later lazen we op Wikipedia meer over dit statige landhuis.

Vliethoven is een tichelborg in de Nederlandse gemeente Eemsdelta. De borg ligt in de Delfzijlse wijk Tuikwerd, op ongeveer 2 kilometer ten noorden van Amsweer aan het Damsterdiep. Het complex, dat bestaat uit een huis en een overtuin met een boomgaard met twee kleine vijvers, is toegankelijk middels een toegangsdam vanaf het Zwet. De naam Vliethoven komt voor het eerst voor in 1772. Men vermoedt dat Vliethoven gesticht is in de 17e of begin 18e eeuw. Het rijksmonument Vliethoven wordt beschouwd als van algemeen belang. Als argument wordt gegeven, naast de ouderdom, de “goed bewaarde en herkenbare eenheid van huis met overtuin”. Ook is dit een van de weinige nog bestaande buitenplaatsen van de vele die ooit aan het Damsterdiep hebben gelegen, een soortgelijke situatie als die langs de Utrechtse Vecht. De borg Vliethoven was verbonden met het Tuikwerder Tichelwerk. (Bron: wikipedia)

Op de Farmsummerweg lunchten we op een bankje met een stuk pizza dat we van huis hadden meegebracht. Die smaakte nog prima. De Farmsummerweg blijkt onderdeel van een historische stadsweg te zijn tussen Groningen en Emden. Weer wat geleerd. We vervolgden onze weg naar het Eemskanaal (NZ) die ons zou leiden naar de Woldbrug.

In het boekje van het Rootsnatuurpad is de Woldbrug het eindpunt van deze etappe. De dichtst bijzijnde camping is echter camping Ekenstein en die ligt toch wel een eindje van de route af. Dus wij sjokten verder richting Groevesluizen. Opnieuw langs het Eemskanaal om na een tijdje noordwaarts terug te lopen naar het Damsterdiep en vandaar naar de camping. Op het punt dat we het Eemskanaal moesten verlaten, stond echter een groot bord: ‘Pas op! Broedgebied. Gelieve het gebied niet te betreden’. Maar jeu. Net 2,5 km omgelopen om hier te komen en dan nu? Heel voorzichtig hebben we de gok gewaagd en zijn op onze tenen illegaal door het weiland geslopen. Er is niet eens een vogel geschrokken of opgevlogen.

Bij de volgende boerderij stond een pasgeboren stierkalf buiten. Uiteraard en jammergenoeg direct apart gezet, weg van zijn moeder. Hoe zielig is dat toch. We konden het niet laten om er even bij te gaan kijken. Na de boerderij stond er opnieuw een vaag bordje aan de weg: ‘Uit voorzorg is deze weg tot nader bericht afgesloten ivm het coronavirus’. Nou ja zeg. Opnieuw bleken we burgerlijk ongehoorzaam en liepen door. Niemand sluit zomaar op eigen initiatief (voor ons) een openbare weg af. Bij de brug over het Damsterdiep stond de camping al aangegeven. Volgens de website zou er een kantine zijn met broodjes- en plateservice. Hoewel we wel maaltijdzakjes bij ons hadden, zagen we uit naar eten op de camping.

Die kantine bleek dicht, dus helaas geen plateservice. Wel konden we croissants voor het ontbijt bestellen, maar zouden die pas om 9 uur kunnen ophalen. Dat betekende voor de volgende dag dus zeker een trage start. We gingen op zoek naar onze campingspot. “Jullie moeten maar even kijken of er iets droogs is, want het is best een beetje nat” , zei de beste man. Nou, een beetje? Schots veenland was er niets bij. We stonden tot aan ons enkels in de modder, geen droge plek te vinden. Niet zo gek ook dat de camping er vrij verlaten bij lag. En vandaar die dichte kantine. Een motorrijder op een ander veld had een mega-tent opgezet naast zijn mega-motor.

Mer zag een blokhut én direct haar kans. Voor een paar centen extra mochten we gebruik maken van de blokhut. Dat zou de volgende morgen schelen in het meenemen van een natte tent en bovendien: de uitdaging was 500 kilometer lopen en niet 500 kilometer afzien. Het bleef een vakantie, nietwaar? Thuisbezorgd.nl kwam ons diner brengen en daarmee waren we gesetteld. Wij eindigden de dag met een rondje landgoed Ekenstein en hertjes. Dag 1 was een feit. Ons Roots Natuurpad was nu echt begonnen.

Upgrade naar een chalet
Track dag 2

Na een prima nacht pakten we onze rugzak weer en verlieten de blokhut. Het weer was opnieuw prima. Het blauw in de lucht beloofde dat het een goede dag zou worden. Om 9 uur haalden we de de bestelde croissantjes op en daarna konden we weer op pad. We besloten om door de bewoonde wereld van Appingedam terug te lopen tot de Woldbrug, over de historische stadsweg. De NAM-schade (door gaswinning) aan de huizen werd pijnlijk duidelijk daar. We spraken verschillende mensen die in een tijdelijke woningen verbleven. Die er overigens schitterend uitzagen. Maar triest blijft het. Het zal je maar overkomen.

Bij de tijdelijke woningen
Gekke draadjes in de schoenen?

We zijn over het fietspad naast een drukke weg met veel verkeer Appingedam uitgelopen. Vervolgens via de Woldbrug naar de andere kant van het Eemskanaal. Op weg naar het Schildmeer dat ontzettend mooi is. Je loopt daar zo natuurgebied ’t Roegwold in. Eigenwijs volgden wij een bord en stapten van het geasfalteerde pad af. Tussen de zonnende koeien lopend werd het weiland echter steeds minder begaanbaar en alsof het in het water van Tetjehorn zouden eindigen. Toch maar weer terug genavigeerd naar het fiets- / voetpad. Over wat schrikdraad, maar onze Altra’s waren daar prima tegen bestand.

Het was prachtig weer, een heerlijk zonnetje en korte mouwen kon gewoon. Onder mijn voeten werd ik echter een vervelend gevoel gewaar. Al eerder had ik onder het binnenzooltje van mijn schoenen een plakkertje met 2 draadjes zien zitten. Die twee draadjes werden behoorlijk vervelend en ik kreeg het gevoel dat als ik er er nog veel langer op zou lopen, ik een blaar zou lopen. Zodra het kon hebben we ze nader geïnspecteerd. De draadjes leken op het eerste gezicht geen functie te hebben. Zuslief had een schaartje bij en dus heb ik de draadjes afgeknipt in de hoop dat mijn schoenen niet niet helemaal uit elkaar zouden vallen. Dat was niet het geval en mijn voetjes waren erg blij.

Wildemansheerd

Vóór onze wandeling van start ging, hadden we via insta contact met natuurkampeerterrein Wildemansheerd. Omdat hun camping niet op het juiste tijdstip in onze route paste, beloofden we dat we wel langs zouden komen voor een kop koffie. Bovendien is het interessant om te kijken hoe de verschillende kampeerterreinen langs de route er uit zien. We zijn daarom even van de route afgestapt om er een bezoekje te brengen. We kregen een hartelijk welkom en een rondleiding over de camping. En koffie, super aardig. Daarna vervolgden wij onze route langs het Dannemeer en over het Slochterdiep naar Woudbloem.

Net voor Woudbloem

Het was tijd voor een stukje Oude Rotterdamsche kaas. En zo liepen we weer de bewoonde wereld van Harkstede in. Bij de Coop zijn hebben we het ontbijt en de lunch voor de volgende dag gescoord: broodjes, kaas en yoghurt met muesli. Het is best een beetje raar om met zo’n grote rugzak om een supermarkt in te lopen, maar eigenlijk niemand die er van opkeek. Op het laatste stukje naar camping Grunopark passeerden we een oude kerk waar we natuurlijk even een kijkje hebben genomen en ook iets in het gastenboek schreven.

De kerk van Harkstede in de Groningse gemeente Slochteren werd gebouwd aan het einde van de 17e eeuw. Het is de derde kerk op deze plek. De eerste kerk stamde uit de Middeleeuwen. Die werd afgebroken in 1691, waarna de huidige kerk werd gebouwd. De toren dateert uit de tijd van de eerste kerk en werd gebouwd, rond 1250. De toren stond los van de kerk totdat de huidige kerk ertegenaan werd gebouwd. De borgheer van Klein Martijn bij Harkstede, Henric Piccardt, die tevens collator was van de kerk van Harkstede, besloot rond 1690 om de oude 13e-eeuwse kerk van Harkstede af te breken. Op 25 oktober 1691 vond de laatste dienst plaats in de oude kerk. De toren bleef gespaard en diende nog lange tijd als cachot.

Thuisbezorgd.nl

“Hoe doen jullie dat dan met eten?”, werd ons vaak gevraagd. “Het is maar Nederland, hoor!”, antwoordden we dan. Waar een beetje stad in de buurt is of waar een horecagelegenheid is, is ook thuisbezorgd.nl. Tenminste, zolang er signaal op de telefoon is. Nu is dat in Nederland zelden een probleem. Al in de Coop in Harkstede hadden we bedacht dat we ons na het opzetten van onze tentjes zouden verwennen met wat Thuisbezorgd op het menu zou hebben.

Bij de camping aangekomen bleek de receptie al gesloten. Ook al was het mei, blijkbaar waren we toch erg vroeg in het seizoen. Waarschijnlijk omdat het in de periode ervoor erg nat was en veel mensen eerder waren vertrokken of niet eens gekomen. Voordeel was wel dat er voldoende plek was. Nadeel was dat de horeca gesloten was. Deze camping had wel voldoende droge grond. We hebben een mooi plekje uitgezocht en onze tentjes opgezet. Voor Zuslief de eerste keer dat ze haar Lanshan 1 Pro tentje ging uitproberen. Bakkie thee gezet, bestelde pizza gegeten en een rondje over het grote terrein gemaakt. Er is normaal gesproken veel te doen. In de zomer is het er vast hartstikke druk, nu niet. We zijn niet al te laat onze tenten ingedoken. Dag 2 zat er op.

Tijd voor een tukkie
Track dag 3

We hadden een prima nacht. Het leek wat weer betreft opnieuw een prachtige dag te worden. We hebben de tentjes vroeg ingepakt en geen spoor van ons verblijf achtergelaten. Eerst wandelden we de A7 over waar we het aardbevingsmonument passeerden. Bij Waterhuizen hebben we even wat tijd gemaakt voor koffie met lekkers. Take away was de enige optie (want Covid), maar het smaakte prima. Daarna hebben we bij de Waterhuizerbrug een tijdje staan kijken naar het ophalen van de brug en de passerende boten. En zo grappig om te zwaaien naar die voorbijvarende mensen. Die per slot van rekening ook maar gewoon een alternatieve manier van vervoer hebben gevonden. Net als wij.

Wij vervolgden onze weg in de richting van Haren. Daar ligt de Oosterpolder tegenaan. We lieten de Harener Wildernis links liggen en liepen door naar Onnen (echt hè, daar hadden we gewoon nog nooit van gehoord). Over de Onder Es, zuidelijk van Onnen, liep het pad mooi en glooiend tussen landbouwgrond en weilanden door. Voor ons uit zagen we natuurgebied Appèlbergen en we naderden Glimmen. Het natuurgebied Appèlbergen maakt deel uit van de Hondsrug die van Groningen tot ver in Drenthe loopt.

Trailmagic

We zagen ooievaars op nesten en maar een handjevol mensen. Dat veranderde toen we bij Glimmen bij Paviljoen Appèlbergen aankwamen voor een sanitaire stop en een koffie. Dagjesmensen, wandelaars, schreeuwende kinderen (ugh) en gedoe op speeltoestellen. Soms is de overgang van natuur naar beschaving voor ons iets te abrupt. Desondanks hebben we even een rustmomentje gepakt en een cappuccino. En gingen daarna weer door naar het Noordlaarderbos. Het kleine natuurgebied Vijftig Bunder zag er niet uit. Eén grote kale toestand waar bulldozers overheen zijn gegaan. Het wordt ongetwijfeld weer mooi, maar wij vonden het nu helemaal niets. Groningen achter ons gelaten, we waren in Drenthe.

In Midlaren is direct aan het pad trailmagic te vinden. Mensen die daar wonen hebben van alles buiten gezet: een bankje (of zadel) om te rusten, een kast met lekkers waar je (uiteraard wel tegen betaling) van mag pakken wat je wilt. Wij namen een ijsje. En een gastenboek waar we natuurlijk iets in geschreven hebben. Het weer hield zich heel goed. We ontmoetten twee dames die ook het Roots Natuurpad liepen. Maar niet in één keer. Zij deden het in etappes en overnachtten in een vrij luxe B&B. Zo zie je maar. Iedereen doet het op een eigen wijze en dat maakt het struinen over die wandelpaden ook zo leuk.

Trailmagic bij Midlaren
Zuidlaren

We vervolgden onze weg naar het zuiden en dus naar Zuidlaren, de eindbestemming van die dag. “Berend Botje, ging uit varen, met zijn scheepje naar Zuidlaren….”. We hadden een overnachting gereserveerd op Camping de Vledders. Daar aangekomen bleek dat een megagrote familiecamping te zijn. Ergens in een hoekje mochten we onze tentjes opzetten en om ons heen renden schreeuwende kleuters, boze tieners en stonden gezinnen met lampjes aan hun tenten. Oef, dat was niet echt ons ding. Ons diner bestond uit voer van de camping-cafetaria. Na een verkenningsrondje over de camping zijn we maar op tijd maar de slaapzak ingegaan. Met onze oordopjes in droomden we van een volgende en betere overnachtingsplek.

In een hoekje op camping de Vledders
Track dag 4

Om half 9 haalden we de broodjes op en vertrokken. Dag 4 was begonnen. En die zou eindigen op Natuurcamping Borger. Dat is bekend terrein; daar hebben we al eens eerder overnacht. We vervolgden onze weg door de Drentsche Aa. Het Nationale park met dezelfde naam als het watertje dat er al eeuwen en eeuwen kronkelend doorheen loopt. We liepen hier ineens op het Pieterpad. Roots Natuurpad heeft dankbaar gebruik gemaakt van de al begaande paden. We zagen opnieuw ooievaars die ongetwijfeld op zoek waren naar lekkere sappige kikkers. Het was een grijze ochtend. Er was geen zon, wel veel lage bewolking.

Drentsche Aa
Gasteren

Dat het in de weken voordat wij startten had geregend, merkten we ook hier tussen Gasteren en Taarlo bij het Gasterse Diep. We moesten kruip-door-sluip-door een heel drassig stuk over. Er waren wel stapstenen en takken, maar die voorkwamen niet dat we toch natte en modderige voeten liepen. Ach, we zijn wel erger gewend. Het leverde wel hilarische momenten op en op enig moment kregen we zelfs de slappe lach. Op een van de bankjes die we tegenkwamen snackten we een Snickers en droogden we onze schoenen en sokken. Het is bovendien gewoon lekker voor de voetjes om af en toe die sokken en schoenen uit te doen. Na het Gasterse Diep liepen we naar het Balloërveld.

Even de voetjes drogen
Balloërveld

Wikipedia zegt hierover: Het heideveld ligt op een hooggelegen plateau tussen de dalen van het Looner Diep en het Rolderdiep. Bijzonder is dat de heide als onderdeel van het Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap Drentse Aa samen met de omringende beekdalen als reservaat kan worden beheerd. De overwegende heide- en vergraste heidebegroeiing wordt spaarzaam afgewisseld met veenmeertjes, wat plukjes dennenbos en kleine zandverstuivingen her en der. De Herders van Balloo beweiden in opdracht van Staatsbosbeheer het Balloërveld. Het veld wordt doorkruist met een netwerk van zandwegen en karrensporen die deels nog dateren van voor de middeleeuwen. Archeologisch onderzoek heeft er grafheuvels, een urnenveld en resten van akkerbouw uit de ijzertijd, alsmede vondsten die duiden op steentijdbewoning aan het licht gebracht.

Schaapskudde

De schaapskudde van het Balloërveld is met 400 Drentse Heideschapen de grootste kudde van Drenthe. De schaapskooi staat direct naast het Informatiecentrum aan de rand van het natuur- en heideveld. Daarop is ook steeds te zien waar de kudde zich begeeft. Ook is er dagelijks een moment dat de herder er is en vragen kan beantwoorden. Leuk, maar wij hadden niets gepland en hoopten op een toevallige ontmoeting met een Drents heideschaap. Het Drents heideschaap is waarschijnlijk het oudste schapenras in West- Europa. Migranten brachten het ras waarschijnlijk vanuit Frankrijk mee naar Nederland, waar het al vanaf 4000 v.Chr voorkomt, met name in Drenthe. Wij hadden geluk en kwamen inderdaad de hele kudde tegen. Mét herder. Geweldig.

We liepen verder en passeerden ‘De Baak’. Het kunstwerk van stenen is een markeringsteken voor wandelaars van het Pieterpad, die daarop het aantal nog te wandelen kilometers kunnen aflezen. Het kunstwerk is gemaakt door kunstenaar Arie Fonk uit Rolde. Hij gebruikte er zestig zwerfkeien voor, die samen goed zijn voor veertig ton. De grootste steen, met daarop de afstanden tot Pieterburen en de Sint Pietersberg in Maastricht, weegt zomaar even zes ton.

Rolde

We liepen Rolde in. Het was tijd voor de lunch. Aan een (vanwege de hunebedden) vrij druk fietspad besloten we een broodje geitenkaas te eten op een bankje. Zuslief dacht haar nieuwe mesje in te wijden en sneed prompt in haar hand. EHBO!! Gelukkig viel het allemaal mee. Scherp was het mesje zeker. Nadat we hadden vastgesteld dat we niet naar de spoedeisende hulp hoefden 🙂 en we onze broodjes op hadden, liepen we verder naar…de hunebedden natuurlijk. D18 van Rolde. Enigszins teleurgesteld omdat alle bezoekers tamelijk respectloos op en in de hunebedden zat en stond, liepen we door. Onder de oude spoorlijn (nu N33) door en via Landgoed Kleuvenveen. De lucht werd donkerder, maar de regenbui passeerde ons net. Gelukkig. En ineens zagen we daar een bordje met een wegwijzer van het Roots Natuurpad. Nou ja zeg! Het eerste teken op onze route.

Borger

Langzaam maar zeker kwamen we op bekend terrein; dat van Natuurcamping Borger. We regelden onze reservering en zochten ons plekje op. Het was druk, veel drukker dan de eerste keer dat we er waren. En of het door Covid kwam, geen idee, maar heel veel boho-campers. Retro campers uitgedost met lijnen met lampjes en campinggasten die niet uit de toon zouden vallen op Coachella.

We zetten onze tentjes op, regelden een houten kabelspoel als tafel. Onze buren hadden veel grond in gebruik en doneerden hun boomstammetjes aan ons zodat we konden zitten. We stelden vast dat een kampvuur er niet in zat dit keer, want er was geen hout meer. Het telefoonsignaal is daar ook slecht. Wel konden we ons wasje doen in het sanitairgebouw. De vraag was wel of de was wel zou drogen. Maar dat was een zorg voor de volgende morgen. Dag 4 zat er op.

Track dag 5

We vertrokken weer lekker vroeg om op weg te gaan naar Westerbork. Onze was was inderdaad nog niet droog. Dus we hebben de sokken, onderboeken, hemdjes en handdoekjes aan onze rugzakken gehangen. In de hoop dat het lang genoeg niet zou regenen. We liepen nog steeds door de Drentsche Aa. Daar kwamen we een mevrouw tegen met een enthousiaste hond, een Hovawart. Van dat ras hadden wij nog niet eerder gehoord.

Westerbork

Op Westerbork aflopend ontmoetten we een echtpaar dat ook aan de wandel was. Ze wandelden een weekend en overnachtten in hun camper. Ze waren heel geïnteresseerd in wat wij deden. Zoals de meeste mensen die we tegenkomen overigens. De radiotelescopen van de sterrenwacht en de uitkijktoren van Westerbork zijn een ding, maar het voormalig kamp blijft toch echt indrukwekkend. Verplichte kost voor iedereen vinden wij. Wij deden eerder ‘concentratiekamp-trips’ en hebben er al heel wat gezien. Kun je niet naar Polen, Duitsland of Tsjechië, ga dan in ieder geval een keer naar de voormalige kampen in Nederland.

De lucht was grijs, niet koud, maar regelmatig checkten we toch even hoe het stond met de buien. Die gingen gelukkig steeds aan ons voorbij, hoewel het in de rest van Noord-Nederland aardig nat was. We lunchten in Hooghalen: een heerlijk mosterdsoepje in een redelijke drukke tent. We liepen dan wel heel veel in de natuur, maar in Nederland is de drukte is nooit echt ver weg. Onze kleding was inmiddels droog. Yeah! Dat kon weer lekker fris en droog terug de rugzak in.

Hijken

Van Westerbork gingen we weer op pad naar Hijken. Via het Oranje kanaal en bosgebied Hart van Drenthe. Onze eindbestemming van die dag was een minicamping: De Tuinfluiter (SVR). Een kleine leuke camping, maar bovenal een werkend boerenbedrijf. Er was een superhartelijke ontvangst en we mochten gebruik maken van de overkapping. Bij de rondleiding kregen we een beker verse volle melk, zó van de koe. Boerengastvrijheid.

Er bleken vaste gasten te zijn. Die toverden de overkapping om tot gemeenschappelijke ruimte mét haardvuur. Er waren veel verhalen en het was reuzegezellig. Die kleinschaligheid heeft toch weer een heel andere waarde dan zo’n mega familiecamping. Op tijd doken we met onze oordopjes in onze slaapzak in. Dit was weer een goede dag. Sjonge, wat is Nederland mooi!

Camping de Tuinfluiter
Track dag 6

We hadden een prima nacht. De weersverwachting voor deze dag was niet al te best: veel korte, maar stevige buien. Na het uitzwaaien van de boer, boerin en alle boerderijdieren gingen we weer op pad. Onze eindbestemming zou camping Berghoeve zijn. Maar het idee dat we aan het eind van deze dag op een nat veld in de regen onze tent moesten opzetten trok ons niet bijzonder aan. Maar, we nemen het leven zoals het komt. Ook als je 500 km door Nederland wandelt. En…alles zal goed komen. Dat is een motto dat helpt en vaak ook uitkomt.

Dus hup! Eerst langs het Dijkjesveen en de Brunstingerplassen over het Brunstingerveld. Het regende af en aan, dus we trokken ons regenjack aan. Voor de regenbroek was niet direct aanleiding. We lieten Beilen links van ons, staken de Beilervaart over en gingen richting Nationaal Park Dwingelderveld. Vlak voor de ingang van het park leek er een flinke bui aan te komen. Bij camping Boszicht vroegen we om warme chocomel. En hoewel de Covid-regels het niet toestonden, mochten we tóch binnen de bui afwachten. Hoe aardig was dat, alweer trailmagic! Zodra het een beetje droog werd trokken we toch maar onze regenbroek aan omdat er nog veel meer regen aan kwam. We stapten volledig waterproof het park in. Er waren veel klap- en staphekjes en ook schrikdraad. Oppassen geblazen dus.

Nationaal Park Dwingelderveld

Met regen wandelen is niet per definitie niet-leuk. Het is ánders. Veel mensen blijven weg als het regent, dus het is vaak rustig. Bovendien regent het maar zelden onafgebroken. Meestal zijn er droge periodes die maken dat het achteraf gezien eigenlijk best wel meeviel. En je moet er een beetje het beste van maken. Plezier hebben dus, óók als het regent.

Wij stapten vrolijk door. Op een bankje hadden we een kleine pauze met een Bounty (jummie) en een stukje chocolade. De enige voorbijganger fotografeerde ons en we hebben ontzettend gelachen om het rare perspectief van die foto. Mer leek wel een reuzin! 🙂 Opnieuw waren er ontmoetingen met Drentse heideschapen en hun lammetjes. De regen kon hen niet deren. Maar ook kwamen we geweldig mooie runderen tegen. Wát een prachtig gebied is dit!

Kijk dat perspectief 🙂

Bij het uitlopen van het park passeerden we grafheuvels. Daarvan zijn er best wat in deze regio. We kwamen vervolgens aan bij ’t Olde Posthuus. Daar mochten we, ook vanwege Covid, niet binnen iets gebruiken. Wel buiten op het terras. Dat lukte ons enigszins, maar zodra de eerste druppels van de volgende bui vielen stonden ook zij ons toe even binnen te schuilen. We verzonnen met z’n alle een excuus voor als er gecontroleerd zou worden. Dat gebeurde gelukkig niet.

De hemel opende zich

Vanaf daar was het nog maar een heel klein stukje naar camping Berghoeve. Maar we kregen op dat stuk toch een bui over ons heen!! Regen, hagel, onweer. De hemel opende zich niet, hij stortte in; een ononderbroken, zilveren muur die de wereld opslokte, waarbij het geluid van de wereld zelf werd overstemd door het beuken van ontelbare druppels tegen ons en op de aarde. Nou ja, zoiets 🙂

Na anderhalve kilometer bereikten we tenslotte de camping. En wat bleek: we mochten de hooizolder gebruiken, zodat we én een bed én een dak boven ons hoofd hadden. De eigenaresse verontschuldigde zich voor het spartaanse interieur. Ze startten een hostel en het was nog niet klaar. Maar we mochten er alvast gebruik van maken. Wij waren blij dat de tent in onze tas kon blijven en we heerlijk in onze slaapzak op een matras konden liggen. Bovendien was er een kleine ruimte waar wij, in het gezelschap van een aantal jonge konijntjes in kooien, onszelf bij een kacheltje konden warmen.

Het was door de regen geen warme avond. We kwamen we tot de conclusie dat je voor gastvrijheid dus zeker in Drenthe moet zijn! De avond eindigde met een maaltijd uit een pakje en een glaasje wijn van het huis erbij. De zon ging uiteindelijk aan een stralend blauwe hemel onder en we speelden yahtzee. Het was eigenlijk gewoon weer een topdag.

Geweldig hier, tjek de konijntjes.
Track dag 7

Dag 7! We hebben heerlijk geslapen. Ons tasje weer ingepakt en genoten van een geweldig ontbijt. Onze schoenen en sokken waren bijna droog, maar zouden al snel weer kletsnat zijn. De weersverwachting voorspelde namelijk opnieuw veel regen 🌧

Deze dag liepen we van Ruinen naar Balkbrug. Het boekje vertelde ons: “Vanaf Ruinen wandel je langs bosranden en weilanden naar Zuidwolde, onderweg tref je een eeuwenoude eik en een kikkerpoel. Vanuit Zuidwolde wandel je door een natuurreservaat, passeer je een graanveld met korenbloemen en kom je langs bosvennetjes en laaglandbeek de Reest.” Dat beloofde wat!

De route van vandaag ging van Gijsselte en de Gijsselter Koelen, via Echten en Huis te Echten naar Zuidwolde en vervolgens door naar Balkbrug. Wat zo prachtig is aan deze route en wat je alleen ziet als je naar de kaart kijkt, is dat we geen idee hadden van de grote steden waartussen we liepen. Hoogeveen links en Meppel iets verder weg rechts. Daar hebben we absoluut niets van meegekregen!

Echten

Het regende soms niet en meestal wel. De schoenen werden nat van de regen of, als ze weer een beetje droog waren, van het natte gras. We aten onze lunch op een bankje net voor Echten aan de Hoogeveensche Vaart. Vlak na Nijstad en het passeren van de A28 leidde de route ons langs een weiland. Dit is wat in het routegidsje aangegeven werd:

Maar van een pad was eigenlijk geen sprake. We zijn inderdaad over het prikkeldraad gestapt. Over het schrikdraad stappen was niet mogelijk. Tenzij je 2,60m lang bent. Met een rugzak op er onderdoor kruipen ook niet, maar zonder rugzak wel. Dus rugzak af en bukken maar. Nu ben ik toch zo’n 10 cm korter dan Mer en het was voor mij daarom geen probleem. Bij Mer ging het iets minder soepel. Zij kreeg een optater van het schrikdraad. Met flink wat moeite hebben we voorkomen dat we in ons broek plasten van het lachen 🙂

Zuidwolde

Vlak voor Zuidwolde kwamen we bij Camping de Entekoele. Te vroeg op onze dag voor een eindpunt, maar wel vroeg genoeg voor een lunchpauze. Er was gelukkig iemand aanwezig en deze alleraardigste dame maakte een tosti voor ons. Er waren af en aan buien. Meer aan dan af eigenlijk. Vlak voor het gehucht Bazuin barstte een onweer los en de regen kwam met bakken uit de hemel. Donderklappen boven ons hoofd maakten dat we bij een van de weinige open schuren die we zagen wilden schuilen. De bezorgde boer (-want wie zijn dat dan die daar op mijn erf rondlopen!?- ) hield ons nauwlettend in de gaten.

Zodra het kon liepen we snel weer door. Het idee van een boze boer die ons met een hooivork achterna kwam, sprak ons niet echt aan. We liepen verder over natte weilanden. Op dat moment werden we telefonisch benaderd door de mensen van Roots. Ze vonden ons via social media. Ze vonden onze verhalen zo leuk dat ze die deelden via hun eigen Instagram account. Leuk!

Even schuilen
Op naar Balkbrug

Het laatste stukje van de dag brak aan. We liepen door het Reestdal. We zagen een Hooglanderkalf (aaaaahhhh!). Rustpunt Rabbinge verraste ons met zoveel goede zorg voor voorbijgangers. Gewoon in een een kast in een muur. Geweldig! Uiteindelijk kwamen we aan bij camping Sie-es-An. We hebben er om een upgrade gevraagd. We vonden dat we dat wel verdienden na een dag in regen en onweer. Die upgrade bleek een eco lodge te zijn. Helemaal top, wat een mooi verblijf. We waren heel blij. Helaas moesten we het wat diner betreft wel doen met ’thuisbezorging’ vanuit het campingrestaurant, maar ach. En frietjes zijn altijd goed toch? We hebben er heerlijk gedoucht, een wasje gedaan en alles gedroogd op de verwarming. Ondanks het slechte weer was het toch een goede dag.

Zelfs in de regen is het hier prachtig
Track dag 8

We waren vroeg op om te ontbijten en om de sleutel van de eco lodge in te leveren. We hebben onze tasjes weer gepakt en het huisje weer keurig netjes achtergelaten. Ons einddoel voor vandaag was Camping de Stuwe in Holt. Zo’n kleine 19 km verderop. Maar omdat de communicatie met deze camping vooraf nogal moeizaam verliep wilden we eerst maar eens kijken wat voor camping dat nou eigenlijk was.

De route van vandaag liep door het Reestdal. De dag begon met regen. Niet heel veel, maar wel voldoende om de regenkleding aan te trekken. We liepen Balkbrug uit en door Ommerschans. Vervolgens door het Vechtdal, langs een walnoten-verkooppuntje en langs het Europees Ayurveda Centrum (dat je het maar weet). Op een informatiebord stond dat er voorwerpen uit de steentijd zijn gevonden in Witharen. Dat zou toch op zijn minst zo’n 10.000 jaar geleden moeten zijn geweest.

Praatpaal

We lieten ons informeren door een ‘praatpaal’ die Mer met voetbewegingen kon activeren. We liepen verder over mooie lichtgekleurde zandpaden en later langs weilanden naar Witharen. Daar leek de route dwars over het erf van een boerenbedrijf te lopen. Het erf was echter afgesloten met een dik touw. Het zag er in ieder geval niet zeer gastvrij uit, dus we draalden een beetje. We besloten verder te lopen om later een weg naar het pad te vinden. Gelukkig vonden we even verderop bij een ander boerenbedrijf een doorsteek. We hebben toestemming gevraagd om over het erf te lopen en dat was gelukkig geen enkel probleem.

Dode koe

Heb je je ooit afgevraagd wat er gebeurt met koeien die op het erf voortijdig overlijden? Die worden met een shovel ‘gewoon’ ergens heen geschoven waar ze niet in de weg liggen. Dood is dood. Maar het was toch een akelig gezicht om zo’n prachtig groot dier daar levenloos te zien liggen tegen andere rommel aan.

Bij de Oude Woestendijk stond een houten ding met bankjes. Daar pauzeerden we. In het zonnetje notabene. Lekker ook even de schoenen uitgedaan om de voetjes te laten ademen. Door naar Landgoed den Woesten Heide door een klaphekje dat net iets te smal was voor een mens met rugzak. Hier zagen we vlinders en werden we bekeken door een heel rijtje nieuwsgierige koeien. We vervolgden onze weg over het Hongerveld.

We checkten buienradar regelmatig omdat het in de verte vaak donker werd, maar de buien gingen gelukkig óm ons heen. In een veld bij de Stouweweg zagen we opnieuw een ooievaar op zoek naar lekkere hapjes die nauwlettend in de gaten werd gehouden door een koe in een naburig veld. Ook raakten we even in de war omdat op een weg wel heel prominent een bordje stond met daarop ‘Eigen weg’. Voorzichtig zijn we over het pad doorgelopen om later te realiseren dat het wel gewoon een doorgangspad was, maar dan eigendom van deze boer.

Eindpunt verlegd, route aangepast

We liepen door naar Camping de Stuwe. Daar aangekomen bleek dat we best nog een beetje dag over hadden. De camping kon ons niet direct bekoren. Ietsjes door bij Vilsteren bleek ook een overnachtingsmogelijkheid. Dat was wel een stukje van de route af, maar hadden we er graag voor over. We besloten ter plekke door te gaan en die dag al de Overijsselse Vecht over te steken via de Stuw.

Vilsteren

Na het oversteken van de Vecht liepen we pittoresk Vilsteren in. Ons doel was Herberg de Klomp. Die bleek een kamer te hebben. Heerlijk in het zonnetje hebben we nog iets gedronken. We hebben de broeken en shirts gewassen. Sinds ons vertrek waren die nog niet gewassen. Het vieze water loog er niet om. Als die broeken en shirts emoties hadden gehad, waren ze heel blij geweest. Van het personeel kregen we een droogrek te leen en zo konden we op het dak van de herberg onze was drogen. Met het zonnetje op het zwarte dak ging dat lekker snel. Het prima diner werd op de kamer bezorgd, in lijn met de covid maatregelen.

Zoals altijd aan het eind van een dag wandelen, verkenden we ook nog eens wandelend de omgeving. Het wandelen van zo’n lange afstand is ons niet alleen om het wandelen, maar ook om dingen te zien en mee te maken. We bezochten dus even de katholieke Willibrorduskerk van Vilsteren en liepen langs de korenmolen De Vilsterse Molen. Natuurlijk maakten we ook een klein rondje over Landgoed Vilsteren.

Familie eigendom

Het dorp Vilsteren behoort tot het 1035 hectare grote landgoed Vilsteren BV dat sinds 1850 in handen is van de familie Cremers. De ondergrond en een aantal gebouwen, zoals “Groot Spijker” en de bijgebouwen, zijn eigendom van deze familie. De bewoners van het dorp betalen pacht. Huizen en boerderijen die op het landgoed staan zijn te herkennen aan de donkergroen-lichtgele luiken, het wapen van de familie Van Vilsteren. Verder is de familie Cremers beheerder van bosgebieden en een landgoedcamping. Kitty Verrips-Roukens schreef in 1982 het boek ‘Over heren en boeren. Een Sallands landgoed’. Dit boek gaat over de geschiedenis van het dorpje Eeckeren (lees: Vilsteren) tussen 1800 en 1977. Over het landgoed en het dorp is door de KRO eind jaren 70 een documentaire gemaakt “De trein stopt niet in Vilsteren” die in 2006 nog op de Nederlandse televisie is herhaald. (Bron: Wikipedia)

Ik schreef het al: pittoresk. Dat is Vilsteren zeker. Man, wat is Nederland mooi! Dit was dag 8 alweer.

Track dag 9

Het ontbijt was prima en zo ontzettend veel dat we een deel ervan als lunchpakketje konden meenemen. We verlieten de herberg met het zonnetje op ons gezicht en gingen op weg naar onze eindbestemming van die dag: Heino. De overnachtingsplek zou bij een mevrouw zijn die een Vriend op de Fiets is. Een eerste kennismaking met een overnachting via deze club. Al snel liepen we Vilsteren uit en staken de spoorwegovergang over. Wat een heerlijk rustige ochtend. Alleen het geluid van vogels. We liepen op het Vilstersche veld af en daarna door naar Landgoed Rechteren. Het enig overgebleven kasteel van Overijssel (Kasteel Rechteren) hebben we (toen) helaas niet gezien omdat we daar met een grote boog omheen liepen.

Op het laatste stukje van het Landgoed liepen we een beheerder tegen het lijf. Even een praatje gemaakt over de flora en fauna op het landgoed. Boven ons ontstonden dikke wolken en we hoorden steeds naderbij komende donder. Buienradar liet een naderende band van heftige buien zien. Bij het uitlopen van het landgoed liepen we tegen restaurant De Witte Gans aan. En het was lunchtijd. Maar, we hadden een lunchpakketje bij ons. Toch? Wat te doen? Nou, gewoon naar binnen.

Zonder betalen vertrokken!

Prachtig gelegen op de grens van het Overijssels Vechtdal en Salland en poepsjiek (Bib Gourmand). Komen wij daar aan, hiker-trash. Dure auto’s en dure mensen kwamen hier de lunch gebruiken. Echt een aanrader. We hebben er een paar buitjes uitgezeten en gingen uiteindelijk, met het lunchpakket nog in de rugzak, weer verder. Toen we net weer even op pad waren, werd ik gebeld door de Herberg De Klomp. Of we zijn weggegaan zonder te betalen? Huh? Jullie hadden toch om mijn creditcard gevraagd? Blijkbaar was dat alleen voor de reservering en niet voor de betaling, ook al had ik daar toestemming voor gegeven. Een mail met een betaallink maakte het gelukkig in orde. We zijn dan wel hikertrash, maar geen aso’s. We staken in de stromende regen het Overijssels Kanaal over. Wist je dat die in de Canon van Nederland staat? Via modderpaden liepen we op Heino af. Ik kreeg voor de vorm nog even een bloedneus, waarbij Mer de gelegenheid nam om daar een foto van te maken. Echt…!

In Heino kwamen we aan bij ons logeeradres. Een alleraardigste wat oudere mevrouw met een schat van een hondje. En ach, ze had ook een paar kippies. Ze had een slaapkamer voor ons gereed gemaakt en vond het erg gezellig dat we er waren. We liepen een rondje in en om de kerk van Heino en aten laat in de middag bij Buuffies. We kochten een klein bloemetje voor onze gastvrouw en keken ’s avonds met haar naar het songfestival, met de hond op schoot. Dag 9 was een goede dag met veel buien en veel lekker eten.

Track dag 10

Na een heerlijk en goed ontbijt gaven we het bloemetje aan onze gastvrouw. Dat Vrienden op de Fiets bleek een fijne overnachtingsmogelijkheid. Het lidmaatschap kost 3x niets en de overnachtingen mét ontbijt eigenlijk ook niet. De route van vandaag ging via Wijhe naar Heerde. Onze eindbestemming zou Buitenplaats de Kamperklippen zijn. Daar waren we benieuwd naar. Net na de spoorlijn buiten Heino liepen we een hertenkamp in. Er liepen ook schapen en een lama. Niet veel later liepen we langs een boerderij waar een aantal varkens lekker scharrelden. Op ons roepen kwamen ze -voor hun doen- hard op ons afgerend. Zo schattig!

Even daarna wandelden we langs kasteel het Nijenhuis / Museum de Fundatie. We konden er helaas niet in, maar we genoten wel van de prachtige beelden en sculpturen in de museumtuin. We vervolgden onze weg door weilanden naar Elshof. Ook weer nooit van gehoord. Er was een Vlindertuin met geiten. Vandaag was een dag met dieren. Het weer hield zich prima. Mooie witte wolkjes tegen een overwegend blauwe lucht. De jassen hoefden niet aan. Vlak voor Wijhe staken we de Soestwetering over. In Wijhe zelf dronken we een kop koffie, ook weer heerlijk in het zonnetje. We liepen hier op het Salland-pad. En op het Wandelrondje Wijhe. Maar wij deden geen wandelrondje, we gingen door. Op weg naar de pont.

Gelderland!

Met het oversteken van de IJssel, kwamen we Gelderland binnen. Daahaag Overijssel, je was mooi! We liepen Gelderland in en werden verwelkomd met een Klompenpad. In Vorchten hebben we even gepauzeerd en de in Wijhe gekochte croissants gegeten.

Vlak voor het Apeldoorns Kanaal ligt Bistro Voldaan. Die bleek open en daar hebben we wat gedronken. We hadden toen zo’n 22 km wandelen achter de rug. Vervolgens wandelden langs het kanaal Heerde binnen. Natuurlijk via Kasteel Vosbergen. Weetje: achter het huis staat een van de oudste rode beuken van Nederland.

Het kasteel dateert oorspronkelijk uit het einde van de 15e eeuw en kreeg zijn huidige vorm in 1623. Ondanks dat het grondig gerestaureerd is, behoort het tot zeer weinige versterkte edelmanshuizen die in gave toestand bewaard zijn gebleven. Bovendien is het strakke lanenstelsel uit de 16e en 17e eeuw rond het kasteel en de weilanden praktisch ongewijzigd in stand gebleven.

Heerde

Eenmaal in Heerde leren we dat Bolletje zich daar huisvest. Wie had dat gedacht! We leren zo nog eens wat van Nederland. Na zo’n 26km wandelen bereikten we de camping: Buitenplaats de Kamperklippen. De lucht trok dicht en slecht weer was op komst. We zetten gauw de tentjes op. Eten deden we uit een zakje. De camping-eigenaresse vroeg of we wellicht een gratis upgrade naar een chalet wilden. Gratis, want ze had ‘t chalet wel gestofzuigd, maar het kon schoner. Er was ook geen beddengoed omdat alles nog in de was zat. ‘Maar als jullie je slaapzakken gebruiken?’ Ze was bang dat we het koud zouden hebben én omdat het chalet toch leegstond… Tentjes kunnen snel opgezet worden, maar ze kunnen ook weer héél snel ingepakt worden. Zo hoefden we de volgende ochtend geen natte tent mee te sjouwen. Geniaal, superlief en helemaal top! We hebben ervan genoten. Op naar dag 11.

Beter dan een tentje als het regent
Track dag 11

We hadden een prima nacht in het chalet. Om half 8 waren we alweer op pad. Het scheelde een berg dat we geen tent hoefden in te pakken. De route van vandaag zou ons leiden naar Wiesel. Het was lastig geweest om een overnachtingsplek in deze buurt te vinden, maar we vonden er toch een: een minicamping. Het zou hoe dan ook kamperen worden en opnieuw werd er veel regen voorspeld. Zuslief had zich een beetje verstapt en wat last van haar rug. Een paar pijnstillers moesten haar er doorheen helpen. Slapen op een slaapmatje trok haar niet bijzonder aan. Ach, we zouden wel zien. Alles komt altijd goed. Hier loopt het Roots Natuurpad parallel met de A50 en met LAW 4 (het Maarten van Rossumpad) daartussen die door Vaassen loopt.

Veluwe

We vertrokken met een strak blauwe lucht en het zonnetje scheen hard. Met het onder de A50 door lopen, lieten we Heerde achter ons. We liepen de Veluwe op (of zeg je dan in?) en naderden het Heerderstrand. Wat zal het hier op een zomerdag druk zijn! Een mooi breed strand aan een zo op het oog schoon binnenwater. We hoorden wat gespetter en zagen een dame een vroege ochtendduik nemen. We genoten alledrie van de rust om ons heen en wij liepen weer door. Bij de Renderklippen kruiste ons pad zich met dat van de LAW 4. Tegen 8 uur kwamen we aan bij Pannenkoekrestaurant de Ossenstal. Die nog dicht was. Even een kleine pauze met een stukje pure chocolade van Real Turmat, die is erg lekker. Zonder koffie helaas. We kwamen op het landgoed Scherpenberg en Majuba en via het Ambtsbos vervolgens op Landgoed Tongeren.

Uit het Roots boekje: Nicolaas Wilhelm de Meester, burgemeester van Harderwijk, bezat in de tweede helft van de achttiende eeuw vijf boerderijen en wat heidevelden in het buurtschap Tongeren. Het huidige landgoed Tongeren is uitgegroeid tot een van de grotere particuliere landgoederen in Nederland. Het landschap ouderwets kleinschalig, in harmonie met de omringende natuur. Door naar de Tongerense Heide. Er was nog steeds zon, maar er kwam wel meer bewolking. Mooi voor de foto’s, maar het idee dat er toch weer regen aankwam, was iets minder. De dreiging van regen maakte dat we toch maar het regenjack en later ook de regenbroek aantrokken. Op de open stukken waaide het ook hard, dus de regenkleding fungeert ook een beetje als windstopper. We liepen door naar het Kroondomein het Loo.

Krentenbollen on the go

Bij Gortel kwamen we terecht op het Veluws Zwerfpad. Een ex-collega van Mer woont in de buurt stond ons op te wachten met krentenbollen. Een trail-angel, hoe gaaf was dat. Echt zo ontzettend leuk en lief dat hij de moeite nam om naar ons toe te rijden. Na een kletspraatje pakten we onze route weer op. Het was weer gaan regenen. Gelukkig liepen we beschut door het bos; het laatste stukje van de route van die dag. Over het Kroondomein, slingerende paadjes. Af en toe een klein beetje omhoog en af en toe een buitje. Halverwege de middag bereikten we Landgoed de Ploeg. Landgoed de Ploeg ligt in tweelingdorp Wenum-Wiesel in de gemeente Apeldoorn (Gelderland). Een prachtig herenhuis met daarachter stallen en een kampeerterrein.

Wiesel

Wiesel grenst aan de Kroondomeinen en aan het park van het nabijgelegen Paleis Het Loo. Het landschap kenmerkt zich door glooiende weilanden, afgewisseld met heggen, bos, sprengen en beken. In 2001 is Wiesel aangewezen als beschermd dorpsgezicht. Landgoed de Ploeg bestaat uit een herenhuis, gebouwd in 1911 met daarachter gelegen de stallen waarvan de oudste tussen 1911 en 1913 gebouwd werden. Alle hoofdgebouwen hebben in 1998 de status van gemeentemonument verkregen. Sinds 2007 is de Ploeg een landgoed met openbare wandelpaden. Op het landgoed heeft de familie de Bruijn sinds de jaren ´60 van de vorige eeuw hun bedrijf. Oorspronkelijk hadden ze een melkveehouderij. Inmiddels fokken ze biologisch vleesvee. Daarnaast bieden ze pensionplaatsen voor paarden en pony’s. Het landgoed huist verder een Groninger fokhengst. Sinds de zomer van 2015 is er een mini-camping met luxe voorzieningen in de gerenoveerde koestal.

De minicamping bestaat uit een aantal kampeerplekken op een mooi stukje grond; een oude boomgaard. In gesprek met de eigenaar bleek dat we ook hier gebruik konden maken van een alternatief. Op het terrein stond een oude Tabbert. Hun plan was om die ooit te gaan verhuren, maar zover was het nog niet. De oude caravan was nog in oorspronkelijke staat en als zodanig nog niet echt te verhuren. Geen gasaansluiting, geen verwarming en geen water. Maar wij, met onze slaapzak in de rugzak, zouden er wél zo gebruik van kunnen maken. Geen tent opzetten en een dak boven het hoofd tijdens slecht weer? Nee, daar hoefden we niet lang over na te denken. Ook van dit aanbod maakten we graag gebruik.

Over dingen die kapot gaan

Mer had regelmatig pech tijdens deze wandeling. Eerst de rits van haar legging, daarna haar lieten delen van haar schoenen los. Toen de rits van een jaszak van haar regenjas kapot. En tot overmaat van ramp bleek deze middag dat haar wandellegging ook kapot gegaan in het kruis. Met tape Hebben we geprobeerd dat te repareren, maar helaas. Tijd voor een nieuwe. We zaten dicht bij Apeldoorn waar een Decathlon zit. Het maatje van de krentenbollen wilde ons de volgende ochtend wel bij Decathlon afzetten. Van daar uit konden we met het OV naar de oorspronkelijke route. Want valsspelen is niet aan ons besteed. We hebben een rondje over het kampeerterrein gemaakt. Koffie gedronken uit de Senseo in de gemeenschappelijke ruimte op het terrein, goed geregeld, hoor!. Bij de stallen met de paarden gekeken en eten besteld bij thuisbezorgd.nl. Lekker frietjes. Dag 11 was achter de rug, we waren al over de helft van onze wandeling. Wat ging het hard!

Track dag 12
Regen

De dag begon met een fikse regenbui. Maar wij lagen heerlijk droog in die oude Tabbert. Onder het genot van een krentenbol en koffie hebben we de bui afgewacht. Cris, onze trail angel, haalde ons op en zette ons bij Decatlon Apeldoorn af. Ineens in een grote stad in een mega winkel, we moesten even schakelen. In één ruk door naar de vervangende legging. We moesten terug naar onze route, maar hoe? Met een beetje gepuzzel kwamen we er: een trein van station Apeldoorn de Maten naar het busstation en van daar de bus naar Ugchelen. De plek waar we de route weer konden oppikken was bij Van der Valk Hotel Apeldoorn – De Cantharellen. Dat was een mooie plek om eerst -het regende nog steeds- een bakkie koffie met lekkers te doen. Een koolmeesje snoepte de slagroom van mijn appeltaart. De schattige dief werd toevalligerwijs gefotografeerd door andere mensen op het terras.

Back on track

Door de beweging naar Decathlon was toch een deel van onze route voor die dag afgesnoept. Jammer, maar het was niet anders. Ooit gaan we terug om dit stukje nog eens te doen. We pikten de route op in de boswachterij Ugchelen Hoenderloo. Van daar hadden we eigenlijk nog maar een kleine 12 km te gaan naar ons eindpunt: een VODF-adres in Hoenderloo. Het pad leidde ons over de Hoge Buurlosche heide. Daar liepen we ook een klein stukje over het Marskramerpad (LAW 3). Het bleef nat en regenachtig. Dat onze voeten nat werden maakte allemaal niet meer uit. Tegen de tijd dat ze weer een beetje waren droog gelopen, kwam de volgende bui er weer aan. Maar het deerde ons niet. We hadden nog steeds geen enkele blaar gelopen!

Drie sterren vriend

We zwoegden door het rulle zand van de heide, zagen een herder met zijn kudde schapen en een stel op een rijtuig. Verder was het stil. Het was natuurlijk helemaal geen weer om lekker te gaan wandelen. Wie doet nou zoiets op zo’n regenachtige dag!? Van het thuisfront kwam de melding dat er post was gekomen van de Rijskoverheid: mijn oproep voor de Covid-vaccinatie. Nou ja, dat was iets voor later zorg. We liepen lekker door en zo Hoenderloo in. Natuurlijk kwamen we door het gedoe in de ochtend veel te vroeg aan. Om de tijd te doden zijn we lekker iets gaan eten bij Brasserie Delicat. Op het (gelukkig) overdekte terras (want Covid-19) met af en toe een fikse bui.

We besloten de gekochte broodjes te bewaren voor ons avondeten. Ons logeeradres bleek écht een driesterren Vriend op de Fiets te zijn. Wat een geweldige gastvrije en hartelijk ontvangst. In een aparte aanbouw van een prachtige bungalow was daar een geweldige ruimte met eigen ingang. Keurig netjes, compleet ingericht en van alle gemakken voorzien. Zo goed als direct grenzend aan Nationaal Park de Hoge Veluwe. Na deze toch wel korte dag zijn we op de bank geploft en hebben ’s avonds heerlijk kneuterig met de verwarming aan naar het songfestival zitten kijken. Het was een rare, bijzonder natte, maar uiteindelijk toch ook weer goede dag. Ongelooflijk dat dit dag 12 alweer was.

Track dag 13

Door onze gastheer werden we getrakteerd op een geweldig ontbijt. We kregen zelfs brood voor onderweg mee. Natuurlijk schreven we dankwoorden in het gastenboek en lieten we een Hiking Sisters Badge achter. Rugzak gepakt en weer op pad. De route van deze dag zou voor een groot deel in het teken staan van Nationaal Park de Hoge Veluwe. Zuslief was er nog niet eerder geweest. Mooi, dan kon dit van haar lijstje geschrapt. Ons einddoel van vandaag lag net buiten Oosterbeek: Hotel de Bilderberg. Niet zo’n heel lange afstand: iets van 23 km. Het was eerste Pinksterdag. En het was opnieuw buiig weer.

Nationaal park de Hoge Veluwe

We pakten de route weer op net buiten Hoenderloo. We kruisten het Trekvogelpad (LAW 2) en vervolgden onze weg over het Veluwe Zwerfpad. De Veluwe is prachtig. Ook als het regent. Wel is het lastiger om de in het boekje beloofde edelherten, moeflons of zandhagedissen te vinden bij zulk slecht weer. De Hoge Veluwe is in 1909 gesticht door het echtpaar Helene Müller en Anton Kröller. Het 54m2 grote privé park deed dienst als jachtdomein en daartoe werden edelherten, zwijnen, moeflons en zelfs enige tijd kangoeroes (!) uitgezet. In 1935 werd het terrein staatsbezit en later nationaal park. De kunstcollectie van het echtpaar wordt beheerd door het Kröller-Müller museum.

We liepen met het Deelensche Veld aan ons linkerhand. Heel even maakten we een uitstapje over het vlonderpad en keken uit over de Deelensche Wasch. Ondanks de regen was het geweldig mooi. Wel stil, er waren niet veel mensen op de been terwijl het toch eerste Pinksterdag is. Zat iedereen in de kerk? Langzaam maar zeker verdween de regen. Het regenjack kon uit. De ondergrond was heerlijk zacht; dat is weer het voordeel van natte onverharde paden. Aangekomen bij Theehuis de Kemperberg kwam het zonnetje komt voorzichtig tevoorschijn. We deden er een bak koffie en een sanitaire stop. Een half uurtje later pakten we de draad weer op en liepen we het park uit. Bij Landgoed Groot Wansborn was een speurtocht te paard gaande. Daar hebben we even staan kletsen met de dames van de jury. En even later hielden we even stop bij het eerste Nederlandse slachtoffer van de luchtvaart: Clement van Maasdijk (1910).

Eerste Nederlandse luchtvaart slachtoffer

Clément Guillaume Jean van Maasdijk (Den Haag, 9 augustus 1885 – Schaarsbergen, 27 augustus 1910) was een Nederlandse vliegenier en luchtvaartpionier. Hij was de eerste Nederlander die omkwam bij een vliegtuigongeluk. Clément van Maasdijk begon zijn luchtvaartcarrière nadat hij de Franse vliegenier Lefèbvre een demonstratie zag doen boven Den Haag. Van 14 tot 18 augustus gaf Van Maasdijk een drietal minder geslaagde demonstraties op het Hanenburg in Den Haag. De sterke wind hield hem, naar eigen zeggen, aan de grond. Van 28 tot en 31 augustus 1910 was er een vliegweek georganiseerd in Arnhem waar Van Maasdijk ook een demonstratie zou geven. Hij gaf de avond voor aanvang een korte demonstratie voor zijn verloofde Jeanne Ladenius, het organisatiecomité en enkele monteurs. Bij het vierde rondje ging het mis; hij stortte met zijn Sommer neer op de Warnsbornse heide en werd geplet door de motor. Van Maasdijk werd onder grote belangstelling begraven op begraafplaats Moscowa in Arnhem. Op de locatie van het ongeluk op de Warnsbornse heide in Schaarsbergen staat een gedenksteen met plaquette (bron: Wikipedia).

In Schaarsbergen was het wat droger en waren er meer mensen op pad. Bij Hotel Groot Wansborn wilden we pauzeren, maar konden ternauwernood een tafeltje krijgen, zo druk was het er. We namen niet meer dan een bak koffie, want we vonden het er veel te druk. Tijd om weer verder te gaan.

Landgoed Lichtenbeek

We naderden landgoed Lichtenbeek. Met een statige poort en ingang. Bovendien een zeer indrukwekkend gebouw. Het pad leek over het landgoed te lopen en even twijfelden we. Is dit geen privé terrein? Nog even op de route kijken en ja, die ging toch echt over dit stuk grond. Maar terwijl wij ons afvroegen of we hier mochten lopen, ging er boven ons een raam open en een meneer riep uit het raam: “Ja, de route gaat zo, jullie moeten rechtdoor lopen!’

We raakten aan de praat. Meneer bleek een kunstenaar in zijn atelier. Of we wellicht even in zijn atelier wilden kijken? Joh, waarom niet. We hadden tijd zat en dit soort onverwachte ontmoetingen zijn de kers op onze wandeltaart. Wij naar binnen en naar boven. Nu ben ik in heel wat musea geweest en zijn stillevens met de koffiekan kende ik zeker. Maar dat daar deze kunstenaar, Klaas Gubbels, bij hoorde, die kennis had ik niet direct paraat.

Wát een geweldige ontmoeting was dit! We hebben honderduit gekletst. Hij wilde weten waar we vandaan kwamen, vertelde dat hij een vriend had in Dordrecht, sprak over zijn jeugd in Rotterdam. Over zijn over zijn kunstenaarsvrienden, waarvan sommigen in Frankrijk zijn gaan wonen, maar hij Nederland niet kon verlaten. De ‘ruil’-kunst die er van zijn vrienden hing was uniek en zonder twijfel zeer waardevol. Maar ook zijn eigen kunst: de koffiekan in alle denkbare media: geschilderd, getekend, in glas, in metaal als sculptuur, in 3d. We kregen een gesigneerd aandenken van hem. Onder veel gezwaai verlieten we zijn atelier en het landgoed. Ons hoofd vol van deze geweldige ervaring.

Hotel de Bilderberg & uit eten bij trail angel

Na het verlaten van Klaas Gubbels en het Landgoed was het nog zo’n 4 kilometer naar Hotel de Bilderberg, ons einddoel voor die dag. Eerst nog langs het Airborne Memorial. Toen door naar het hotel. Ingecheckt, kamer gezocht, zooi neergezet en gewassen. Voor eten werd gezorgd: de praktijkbegeleidster van de opleiding van Mer, Miriam, kwam ons halen voor het diner en zou ons ook weer terugbrengen. Ook weer zo lief! Het was een gezellige avond. Terug in het hotel nog even gezoomd met onze vrienden van de TGO Challenge: Martha, Phil en Mark. Ook dit was weer een natte, maar wonderlijke en prachtige dag!

Track dag 14

Weersverwachting code geel. We hebben goed ontbeten op deze pinksterdag. De start van de wandeling was over Landgoederen Zilverberg en Hoog Oorsprong. Daarna over Veluwe Boersberg. We liepen in bosrijk gebied met hier en daar wat heuvels. Vervolgens bij Heteren over de A50 en passeerden we de Nederrijn. Bij Landgoed Overbetuwe kregen we spontaan een bak koffie. Wat lief! Daarna liepen we door een dorp van niet: Homoet. Nog nooit van gehoord. In Valburg aten we een broodje bij het clubhuis van de lokale voetbalvereniging. Vlak daarna liepen we over het strand van strandpark Slijk-Ewijk. Bij Landgoed Loenen gingen we eindelijk van het asfalt af. Via een lang vlonderpad kwamen we op zachte grond onder onze voeten. Over de Waal via de Tacitusbrug. Aan het eind van de middag bereikten we camping de Muk. Daar sliepen we in een pipohuis. In de tuin stonden alpaca’s Niels, Nigel en Naud, hoe leuk!

Ons pipohuis bij Camping de Muk
Track dag 15

We liepen Bergharen in. Toen we in Hernen aankwamen begon het te regenen. We schuilden bij de kerk. Zodra het droog was liepen we onder de A50 door. We stonden even stil bij de Hernse molen. Die dateert uit 1663. We lunchten in Leur, bij de Leurse hof. We vervolgden onze weg via Wijchen en liepen onder de A326 door. Bij Niftrik zagen we een drijfnatte pimpelmees midden op de weg. Het lukte niet om er de dierenambulance voor te laten komen, dus we hebben hem geprobeerd zo goed als mogelijk droog te krijgen. Zodra hij weer voldoende droog was, zetten we hem weer uit in een heg. Via de Maasbrug passeerden we de Maas. We waren in Brabant! Onze bestemming was opnieuw bijzonder: het Zandhotel in vakantiepark Herperduin. De muren van ons verblijf waren met zand bekleed. Er stonden verschillende zandsculptuurtjes in. Het bed was gelukkig zandvrij. Heel bijzonder. We liepen op onze crocs nog even naar uitkijktoren Herperduin waar je prachtig uitkijkt over het natuurgebied.

Herperduin is een natuurgebied met bossen, vennen, heide en zandverstuivingen. De lang gerekte vorm strekt zich grofweg uit van Oss tot Herpen. Aan de westkant wordt het gebied begrensd door de Weg van de Toekomst (N329, voorheen ‘Graafse Baan’), en aan de oostkant door de Schaijkse Weg tussen Schaijk en Herpen. Aan de zuidkant wordt het gebied begrensd door de snelweg A59 (alhoewel een ecoduct een verbinding met de Maashorst tot stand heeft gebracht), en aan de noordkant door de bebouwing en landbouwgebied van Berghem en Koolwijk, en de Berghemseweg van Berghem naar Herpen. In een groter verband maakt het gebied onderdeel uit van het natuurgebied de Maashorst. (Bron: Wikipedia)

Track dag 16

De ochtend begon met zon en blauw in de lucht. Na een vroege start liepen we bij Schaijk opnieuw over de A50. We vervolgden onze weg door gebied de Maashorst. Bij Nistelrode zagen we de stoere Exmoor Pony’s. Onze snack was een krentenbol. Pas bij natuurcentrum de Maashorst hebben we een bakkie koffie gedaan. We beklommen via de niet-officiële kortere weg Ecoduct Slabroek, klimmen en klauteren dus. Via Bedafse Bergen en Annabos kwamen we aan bij Uden. Daar bleek een drukbezochte aardbeien drive-thru te zijn. Natuurlijk niet ingericht op wandelaars, maar het lukt ons toch om wat lekkers van daar mee te nemen. Vlak daarbij was ons Hostel de Kersenhof. Dat is een soort van gasthuis of pension. We waren niet de enige gasten. Prima verblijf met een goed bed in een grote kamer.

Track dag 17

Het ontbijt kwam in een picknickmand en was prima. Er was regen voorspeld, dus we zijn niet al te laat vertrokken. We liepen in de regen naar Veghel over het Spoorpad, het Duitse Lijntje. Via de Robert A. Ballard brug kwamen we in een kletsnat Wijbosch. Wat een modder! We spotten wel 4 reeën en een mooie rups in het Groene Woud.

Spoorpad
Wat een rare camping

Na een modderige dag en 31 km aangekomen in Schijndel bij minicamping de Miesboule. Er was niemand. We belden de eigenaar die ons vertelde dat we de tentjes konden opzetten. “Ik spreek jullie in de loop van de dag wel”. Op de website wordt aangegeven dat er een verwarmde recreatieruimte is en een serre. Dat was fijn, want wij waren verregend. En het regende opnieuw. Mer haar tent scheurde en stukje in. Alsof ze niet al genoeg pech had gehad. Maar goed, met kunst en vliegwerk de tentjes opgezet. We wilden onze spullen drogen en even iets eten. Komt de eigenaresse en zegt dat we daar weg moeten. Omdat de bovenverdieping was verhuurd aan Poolse gasten. Met de mededeling dat de informatie op de website was verouder werden we weggestuurd. De regen in. Huh? Wat is dat dan? Na wat neuzen op internet en een telefoontje met een bekende in de buurt gingen de tentjes weer in de rugzak en vertrokken we. Naar Gasterij Dennenoord waar we wel een gastvrij welkom kregen, een prachtige kamer en wel van alle faciliteiten gebruik mochten maken.

Deel 1 Track dag 18
Deel 2 Track dag 18

We waren al vroeg op, maar moesten even wachten op het ontbijt. Dat prima was. Een deel ervan kon in de rugzak mee voor later, zo veel was het. Vanuit de gasterij liepen we via Boxtel en Tongeren weer naar de route. Brede lanen en smalle paadjes wisselden elkaar af richting de Kampina.

Kampina

De Kampina is Brabant zoals het ooit was en telt tientallen vennen. De meeste vennen ontstonden in de laatste ijstijd. De poolwind blies het zand tot heuveltjes en in de uitgestoven laagtes die zo ontstonden bleef het regenwater staan. Door de onderliggende leemlaag liep dat water niet weg. Het Belversven en het Winkelsven zijn weer op een andere manier ontstaan. Dit zijn restanten van het smeltwaterdal van de Beerze, een beek die nu veel meer naar het oosten loopt. Zover als je kunt kijken op de Kampina, is er heide. Hier en daar staat een verdwaalde boom. Bijzonder, zo’n groot gebied en dat midden in het drukke Brabant.

Het was droog, maar wel met een waterig zonnetje. Via Mortelen en de Beerze brug kwamen we bij Lennisheuvel en het Groene Woud. We zagen er opnieuw Exmoor pony’s. We liepen zo naar ons volgende verblijf: camping de Rozephoeve in Oisterwijk. Ze fokken daar Wagyu-runderen. We hebben ons tentje opgezet tussen de campers en caravans. En besloten om de volgende dag door te lopen naar Goirle in plaats van nog een overnachting. Mer d’r tent scheurde steeds verder. Dat sliep niet lekker. Ons avondeten was een thuisbezorgde burger.

De Rozephoeve
Deel 1 track dag 19
Deel 2 Track dag 19

De laatste (maar lange) dag! Met het zonnetje aan de hemel zijn we weer vroeg vertrokken. We startten in natuurgebied de Hondsberg. Lekker door het bos, zonnetje aan de hemel, helemaal niets te klagen. Bij Moergestel zijn we de A58 overgestoken. En altijd zwaaien we even naar de automobilisten. Bij de Kerkeindse Heide namen we een kortere route, maar dat betekende wel dat we over een hek klommen en onder een hoogspanningsmast moesten lopen. Ach, dat breekt lekker de dag. Beekse bergen kwam in zicht. Langs het Wilhelminakanaal. Via Hilvarenbeek kwamen we uiteindelijk bij Natuurpoort De Roovertsche Leij in Goirle bij het eindpunt van het Roots Natuurpad. Daar werden we door een vriendin opgepikt en hebben we het einde van de tocht gevierd met champagne. Wat een prachtige wandeltocht was dit!

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie gegevens worden verwerkt.

Scroll naar boven